Baanreglement

Baanreglement

Golf Club Havelte Plaatselijke Regels vanaf  1 November 2022

U wordt geacht:

  • het baanpersoneel te allen tijde voorrang te verlenen.
  • rekening te houden met andere spelers, vlot door te lopen en de veiligheid van anderen in acht te nemen.
  • de pitchmark en divots te repareren, en de bunkers aan te harken
  • de publicatieborden met baaninfo te raadplegen.
  • flora en fauna te respecteren
  • alle aanwijzingen van de marshal op te volgen

Algemeen:

  • De afstanden, 200, 150 en 100 m tot midden green worden aangegeven door schotels in de fairway en (in voorkomend geval) door een paaltje of zwerfkei aan de zijkant van de fairway.
  • Het is niet toegestaan met een buggy of trolley over de voorgreen en tussen bunker en green te rijden.

Plaatselijke Regels:

  • Buiten de baan wordt aangegeven door witte palen/palen met witte kop.
  • Hole 10 is buiten de baan voor spelers van Hole 1 en omgekeerd. Dit geldt tevens voor (deel) Hole 2 en Hole 11 waar de bal de OOB kruist en in verlengde daarvan op andere hole ligt.
  • Paden en wegen zijn integrale delen van de baan, behalve (verharde) grindpaden, welke vaste obstakels zijn en ontweken mogen worden zonder straf (Regel 16.1b).
  • De houtwallen in het bos tussen de holes 11, 12 en 13 dienen te worden beschouwd als vast obstakel en mogen worden ontweken zonder straf.
  • Het gebied binnen de hindernis gemarkeerd door rode palen met groene kop op hole 16 is een verboden speelzone. Als een bal binnen de hindernis in deze verboden zone ligt, mag de bal niet worden gespeeld zoals deze ligt en moet de belemmering door de verboden speelzone worden ontweken met 1 strafslag (Regel 17.1e).
  • Elk gebied dat is aangegeven met een blauwe markering is een verboden speelzone die moet worden behandeld als een abnormale terreinomstandigheid. Bij een belemmering door deze verboden speelzone is het verplicht deze zonder straf, geheel, te ontwijken. (Regel 16.1f).
  • Alle greppels, geulen en sleuven die niet zijn gemarkeerd als hindernis moeten worden behandeld als deel van het algemene gebied.
  • Alle afstandsmarkeringspalen en – schotels zijn vaste obstakels en mogen niet worden verwijderd/opgenomen. Deze mogen worden ontweken zonder straf (Regel 16.1).
  • Bij het ontwijken van een verkeerde green (een andere green dan de green van de hole die wordt gespeeld), omvat de verkeerde green ook de voorgreen binnen twee clublengten van de rand van de green. Dit betekent dat bij het handelen volgens Regel 13.1f, bij het bepalen van het dichtstbijzijnde punt zonder enige belemmering zowel de green als het aangegeven deel van de voorgreen zonder straf volledig ontweken moeten worden.
  • Als een extra mogelijkheid voor het ontwijken van de hindernis op hole 2 en hole 17 mag een speler met bijtelling van één strafslag een bal droppen in de droppingzone, welke gemerkt zijn met tekens DZ. Deze droppingzone is een dropzone volgens Regel 14.3

Tijdelijke Plaatselijke winterregels:

Als de bal van een speler op een faiway in het algemene gebied, gemaaid op fairwayhoogte of lager ligt, mag de speler zonder strafslag éénmaal de oorspronkelijke bal of een andere bal plaatsen in het gebied waarin geplaatst mag worden en dan spelen. Het gebied waarin geplaatst mag worden moet voldoen aan de volgende eisen:

    • Referentiepunt: plaats van de oorspronkelijke bal.
    • Afmeting van het gebied gemeten van referentiepunt is 15 cm van het referentiepunt, maar met de volgende beperkingen:
      • dit gebied mag niet dichter bij de hole zijn dan het referentiepunt,
      • dit gebied moet in het algemene gebied zijn.

I.v.m. de winterse omstandigheden zijn sommige plekken in de baan (met name bij de voorgreens) voorzien van palen met touwen. Het is verboden om achter deze afzetting te rijden met golfbuggy’s en golftrolleys

      • De palen en touwen zijn losse obstakels. Men moet na de slag deze weer op de oude plek terugzetten. De losse obstakels mogen worden ontweken zonder straf (Regel 15.2).
    • Elke bunker die voorzien is van een of meerdere blauwe palen is grond in bewerking. Deze bunker wordt voor de ronde niet als bunker beschouwd. Als de bal van een speler in deze grond in bewerking ligt of deze raakt of de grond in bewerking vormt een belemmering voor de stand van de speler of zijn ruimte voor zijn voorgenomen swing, dan mag de speler deze belemmering zonder straf ontwijken (Regel 16.1b). Alle andere bunkers op de baan, of zij tijdelijk water bevatten of niet, behouden nog steeds hun status als bunker volgens de definitie en voor het toepassen van de regels.

Straf voor overtreding van plaatselijke regels:

    • Matchplay: verlies van hole
    • Strokeplay: 2 slagen.

Overige informatie:

  • Onderbreken van het spel:  
    Indien het spel ten gevolge van een gevaarlijke situatie (Regel 6-8b) door de Commissie wordt onderbroken, is het volgende van toepassing:
    • Eén aanhoudende toon: spel onmiddellijk onderbreken i.v.m. mogelijk gevaarlijke situatie.
    • Bij herhaling drie opeenvolgende tonen: spel onderbreken, hole mag worden afgemaakt.
    • Bij herhaling twee korte tonen: spel hervatten.
  • Pinposities:  De pinposities staan vermeld op de informatieborden bij hole 1 en hole 10.

Voor meer informatie kan je terecht bij de HRC.